
Maandag wordt ze tachtig. Mijn moeder. Een behoorlijke leeftijd. Ze is de op één na jongste uit een gezin met elf kinderen. Allemaal sterke vrouwen in dat gezin, zo ook mijn moeder. Ze mag zich nog in een goede gezondheid verheugen, was zelden ziek, in ieder geval geen ziekte van betekenis. Ze fietst nog, heeft zich niet verstopt achter de geraniums, en leeft in de veronderstelling dat ik nog steeds niet buiten haar zorgen kan. Ze wast voor me, kookt met enige regelmaat voor me want mijn moeder is van mening dat ik sinds ik alleen ben niet goed meer voor mezelf zorg. Er gaat geen dag voorbij zonder dat ze even bij mij binnen loopt. Ik moest er even uit is steevast haar reactie als ze binnenkomt, en ik bijna merkbaar geirriteerd naar het senseo apparaat loop en met een hoorbare zucht op een stoel plof. Ik weet het, en zij weet het, dat ik mij soms erger aan haar dagelijkse bezoekjes. Haar gemoeder heb ik nooit kunnen ontlopen, ik was en bleef het kind dat haar zorgen nodig had, het kind dat haar advies nodig had, het kind dat niet zonder haar wijze raad kon en kan. Want ze moedert nog altijd en dat valt bij mij niet altijd in goede aarde. Dat laat ik dan ook merken en dat accepteert ze, misschien omdat ze weet dat het eigenlijk ook wel veel is, zo'n dagelijks bezoek. Dat haar dochter een vrouw is met een gebruiksaanwijzing weten de meeste mensen die haar kennen inmiddels ook. Ik ontken dat ook niet. Deels komt dat door mijn opvoeding, deels door de tegenslagen in mijn leven. Zij weet en erkent dat ook. Toen ik vanmiddag in de supermarkt liep en ineens mijn moeder zag binnen komen gaf mij dat een warm gevoel. Ze kwam met uitgestoken vinger op me af.........en zonder te groeten kreeg ik mijn opdracht, 'haal jij dadelijk even het kattenvoer bij mij op ', en neem dan ook meteen de was mee voor je zoon. Ook dat doet ze, mijn moeder, mee-zorgen voor het gezin van mijn zoon als ze ziet dat het teveel is voor mij. Want met de ziekte van mijn schoondochter kwamen ook de zorgen. Ik ben daardoor nóg meer veranderd, kan vaak helemaal niets hebben. Mijn moeder weet dat, en ik weet dat haar zorg voor mij voortkomt uit haar houden van mij. Tegen mij zeggen dat ze van mij houdt kan ze niet, en ik heb het daar jarenlang heel moeilijk mee gehad. Dat warme gevoel toen ik haar de supermarkt zag binnenkomen moet ze gevoeld hebben, ik ben trots op dat viefe mensje van bijna tachtig. Ik weet dat ze van mij houdt ook al zegt ze het nooit. Haar houden van is voelbaar...zichtbaar, maar ik waardeer dat niet altijd genoeg. Lieve moeder, ik kan het wél, zeggen dat ik van je hou, en ik weet ook dat jij van mij houdt. Je hoeft het niet te zeggen want ik weet het. Je zegt het met alles wat je voor mij bent en doet.
Hoop dat je nog heel lang bij me mag blijven.
Hoop dat je nog heel lang bij me mag blijven.







